Een loopband met helling verhoogt de trainingsintensiteit en verbrandt meer calorieën zonder harder te lopen. Alles over hellingshoeken, motorische versus handmatige incline en wie het meeste baat heeft.
Wandelen of lopen op een vlak oppervlak is prima, maar zodra je een helling toevoegt verandert de training fundamenteel. Een loopband met incline simuleert buitenshuis lopen op heuvelachtig terrein, iets wat in een vlak land als Nederland niet altijd beschikbaar is. Het resultaat: meer spieractivatie, hogere calorieverbranding en een zwaarder ademhalingspatroon zonder dat je harder hoeft te lopen.
Onderzoekers tonen aan dat wandelen op 10% helling qua energieverbruik vergelijkbaar is met joggen op een vlakke ondergrond. Hellingstraining is daarmee bijzonder aantrekkelijk voor mensen met knieproblemen of overgewicht die hun gewrichten willen ontzien en toch intensief willen trainen.
Loopbanden variëren sterk in hun maximale incline. Het is een van de meest bepalende specificaties bij de aankoopbeslissing.
| Incline bereik | Segment | Geschikt voor |
|---|---|---|
| 0–5% | Instap / budgetmodellen | Wandelen, licht joggen |
| 0–12% | Middenklasse | Hardlopen, intervaltraining |
| 0–15% | Bovenkant middenklasse | Intensief lopen, vetverbranding |
| 0–40% | Topsegment (incline trainers) | Berg-simulatie, revalidatie |
Loopbanden met 0–15% incline zijn voor de meeste thuissporters meer dan voldoende. De categorie 0–40%, ook wel incline trainers genoemd, is gespecialiseerd voor wie bergwandelingen wil simuleren of specifieke revalidatieprogramma's volgt.
Bij motorische incline past de loopband de helling automatisch aan via een elektromotor. Je bedient dit via de console, de app of via vooraf geprogrammeerde workouts die de helling automatisch veranderen. Dit is de standaard in het midden- en topsegment en sterk aanbevolen als je gevarieerde trainingen wilt doen. Tijdens een HIIT-sessie schakel je zonder te stoppen van 0% naar 10%.
Goedkopere modellen hebben een handmatig instelbare helling. Voorafgaand aan de training zet je de band op een vaste hoek, meestal door de voorpoten op een andere stand te zetten. Dat is minder flexibel, maar voor wie altijd op dezelfde helling traint (zoals een constante wandeltraining op 5%) is het volkomen acceptabel.
Let op: sommige loopbanden vermelden "incline" maar bedoelen een vaste, handmatig instelbare positie. Controleer altijd of de incline tijdens het lopen aanpasbaar is als dat voor jou belangrijk is.
Een groeiend aantal loopbanden heeft ook een decline of negatieve helling, typisch tot -5%. Dit simuleert afdalingen en activeert met name de quadriceps en de tibialis anterior (de scheenbeenspier). Decline-training is interessant voor:
Voor de gemiddelde thuissporter is decline een leuke extra, maar geen must. Modellen met decline zijn doorgaans duurder en zwaarder. Kanttekening: het vergroot het benodigde vloeroppervlak achter de loopband.
Een loopband met incline is de beste keuze voor een brede doelgroep:
Onze aanbeveling: voor het merendeel van de thuissporters is een motorische incline tot 12 tot 15% de ideale keuze. De VirtuFit TR-90i (15% incline, automatisch) heeft uitstekende waarde in het middensegment.
Bij 5% incline verbrand je circa 20 tot 25% meer calorieën dan op een vlakke band bij dezelfde snelheid. Op 10% stijgt dat naar 40 tot 50% extra. Wandelen op 10 tot 12% incline heeft een vergelijkbaar energieverbruik als joggen op een vlakke ondergrond.
Bij motorische incline past de hellingshoek zich aan via een knop of automatisch in een trainingsprogramma. Handmatige incline stel je voorafgaand aan de training in. Je moet de loopband dan stilzetten om het aan te passen. Voor gevarieerde intervallen is motorische incline een stuk praktischer.
Een decline (negatieve helling) traint andere spiergroepen, zoals de quadriceps en de voorzijde van de benen. Het is vooral interessant voor lopers die afdalingen willen oefenen voor wandeltochten of trailrunning. Voor de gemiddelde thuissporter is 0% het laagste dat je nodig hebt.