Ontdek welke spieren werken bij roeien en hoe je de haal-, herstel- en beenfase technisch goed uitvoert.
Roeien is een beweging van het hele lichaam. De benen leveren een groot deel van de aandrijving, waarna romp en armen de haal afmaken. Slechte timing verandert het al snel in vooral trekken met de armen.
Quadriceps en bilspieren strekken knie en heup tijdens de afzet. Begin de haal door het voetbord weg te duwen terwijl de armen lang blijven.
De rompspieren stabiliseren de wervelkolom en brengen kracht over. De brede rugspier en spieren rond de schouderbladen helpen in de tweede helft van de haal. Houd de rug neutraal en vermijd achterover rukken.
Biceps en onderarmen werken vooral aan het einde. Trek de handgreep gecontroleerd richting onderste ribben en houd de schouders laag.
Een hoge weerstand is geen garantie voor een betere training. Oefen eerst de volgorde benen–romp–armen en keer terug via armen–romp–benen.